Gedrag

De meeste dieren komen s’morgens vroeg vanaf 5 uur uit hun schuilplaats om te gaan zonnen en zoeken een positie loodrecht ten opzichte van de zon. In deze periode hebben de schildpadden een gemiddelde lichaamstemperatuur van 20°C of warmer. Tijden de warmste periodes in de zomer zoeken de schildpadden (vooral jonge dieren) vaak een opwarm plek in de schaduw. Als de optimale lichaamstemperatuur is bereikt worden de dieren actief en gaan ze op zoek naar voedsel. Op de warmste periodes van de dag (vaak tussen 11 en 16 uur) schuilen de schildpadden voor de zon. Tegen de avond worden de schildpadden opnieuw actief en gaan ze weer op zoek naar voedsel. Jonge dieren hebben veel kortere opwarm periodes dan volwassen dieren en worden zelden in de volle zon gevonden. In de zomer is de opwarmperiode korter als in de lente en herfst. In dichtbevolkte gebieden worden schildpadden regelmatig samen zonnend gevonden, soms zelfs tegen elkaar aan of op elkaar gestapeld.

T.hermanni zijn over het algemeen actief als de buiten omgevingstemperatuur tussen de 12.3°C en de 25°C is. In dezelfde omgeving is de temperatuur van vrouwtjes lager dan die van mannetjes. De minimale en maximale temperaturen die het lichaam van T.hermanni aan kan ligt tussen de -2°C en 44°C. In het wild zijn nog nooit dieren gevonden die warmer waren dan 39.9°C. De laagste temperatuur van een schildpad die ooit in het wild is aangetroffen is -0.4°C. De schildpad zorgt er voor dat zei geen lagere lichaamstemperatuur bereiken door zich in de winter diep genoeg in te graven. Over het algemeen kan een gezonde schildpad buitenlucht temperaturen overleven van -18 °C tot -23 °C.

De paartijd begint vaak kort na de overwintering en de overwintering speelt hierbij tevens een grote rol. Na en door de overwintering veranderd de hormoon huishouding van de schildpadden. Geur speelt een grote rol bij het zoeken naar een partner. Schildpadden hebben een uitstekend reuk vermogen dat tevens word gebruikt voor het zoeken naar geschikt voedsel. Mannelijke dieren verleiden vrouwelijke dieren door op en neer bewegende hoofdbewegingen, bijten in de poten en door tegen het schild aan te stoten. Als dit succesvol is volgt een paring, tijdens de paring maakt het mannetje piepende geluiden. Op een gegeven moment heeft het vrouwtje hier genoeg van en zal ze proberen weg te lopen, vaak zal ze achtervolgd worden door het mannetje totdat ze uit het zicht is weg gekropen. In druk bezette gebieden kunnen meerdere mannetjes achter 1 vrouwtje aan lopen.

Tijdens de paar periode vechten vooral de mannelijke dieren met elkaar. Dit gebeurd door in elkaars poten en hoofd te bijten en de schilden vrij hard tegen elkaar aan te stoten. Over het algemeen raken de schildpadden hier niet ernstig door verwond.

Vrouwtjes hebben meestal vaste leg plaatsten voor hun eieren waar ze jaren lang terug komen. Het leggen van de eieren kan tussen de 30 minuten en 6 uur duren. Tijdens deze periode kan de lichaamstemperatuur van het vrouwtje oplopen tot 32 °C. Vaak stoppen de vrouwtjes als het te warm word of als ze geen geschikte plek vinden. Een geschikte leg plek word geselecteerd op temperatuur, vochtigheid en substraat structuur. Het is daarom niet ongewoon als vrouwtjes schildpadden enkele keren proefgraven. Als het leggen begint in de avond kan het duren tot lang na de zon is onder gegaan.

Als de T.hermanni wordt bedreigd of zich bedreigd voelt dan laten ze een passief en defensief gedrag zien. In de eerste instantie zal de schildpad stil blijven zitten en niet meer bewegen. Als de bedreiging groter wordt dan trekt de schildpad zich terug in zijn schild. Mocht de schildpad zich op de rand van dikke vegetatie of een een schuilplek bevinden dan is een actieve defensie ook voorkomend. Dit gebeurd dan door zich snel over een rand te duwen of te verdwijnen in de vegetatie. Wilde schildpadden zijn defensiever dan tamme schildpadden en trekken zich vaker terug.

Translate »