Kweek

[wordt aan gewerkt]

Schildpadden leggen jaarlijks tot 3 nesten eieren, 2 nesten is echter het meest voorkomend. Vrouwtjes hebben meestal vaste leg plaatsten voor hun eieren waar ze jaren lang terug komen. Het leggen van de eieren kan tussen de 30 minuten en 6 uur duren. Tijdens deze periode kan de lichaamstemperatuur van het vrouwtje oplopen tot 32 °C. Vaak stoppen de vrouwtjes als het te warm word of als ze geen geschikte plek vinden. Een geschikte leg plek word geselecteerd op temperatuur, vochtigheid en substraat structuur. Het is daarom niet ongewoon als vrouwtjes schildpadden enkele keren proefgraven. Als het leggen begint in de avond kan het duren tot lang na de zon is onder gegaan.

De eieren zijn wit met een harde schil en gemiddeld 27.2 x 34.3 mm groot en 15.1 g zwaar voor T.h.hermanni en 27.9 x 37.4 mm / 17.1 g voor boettgeri en hercegovinensis. De grootte van legsels is 1-7 voor T.h.hermanni met een gemiddelde van 3.3 en 1-9 eieren voor boettgeri en hercegovinensis met een gemiddelde van 4.3 eieren. Grote vrouwtjes leggen normaal meer eieren en ook meer nesten.

De meeste nesten worden gelegd tussen midden mei en eind juni. Echter legsels in midden April en einde juli zijn in natuurlijke omstandigheden nog normaal. De tijd tussen legsels is 16-21 dagen. Het totale broedseizoen van schildpadden is gekoppeld aan de ovulatie van de vrouwelijke dieren en varieert tussen de 33 en de 47 dagen van eerste tot laatste ovulatie.

In het wild is de incubatie tijd van eieren 90-124 dagen en 56-102 dagen in een broedstoof. Deze tijd is afhankelijk van de temperatuur en kan varieren tussen 22 – 35 °C. De temperatuur moet gemiddeld echter tussen de 25 en de 34 graden liggen om massale sterfte te voorkomen. Eieren die worden uitgebroed tussen de 33-34 °C geven bijna 100% vrouwelijke dieren en eieren die worden uitgebroed tussen de 25-30 °C geven voornamelijk mannelijke dieren. Een temperatuur van 31.5 °C geeft een man vrouw verhouding van 50/50.

Schildpadden komen in het wild gemiddeld uit rond einde augustus tot einde oktober en kunnen zelfs na uitkomst nog dagen tot weken onder de grond zitten (in deze periode word de dooier volledig verteerd en geabsorbeerd). De grootste uitkomst is rond midden september tot midden oktober net na een periode van grote regenval. Er zijn gevallen van jonge dieren die tot na de winter onder de grond blijven en in de lente pas boven komen, dit is zelfs in Nederland niet ongewoon als een nest dat in een kas word gelegd niet word gevonden.

 

Translate »